Leren leren

Studeren is veel meer dan uren over je cursussen gebogen zitten. Daarom proberen we een aantal tips aan te reiken die je kan gebruiken tijdens het studeren. Deze tips vormen geen kant-en-klaar recept, maar ze vormen een leidraad voor je studieplanning.

  1. De schoolagenda
    1. Je agenda is een studiemiddel bij uitstek.
      • Zorg dat je hem altijd bij hebt, wozel op school als thuis. Hij hoort het eerste uit je boekentas gehaald te worden als je aan het werk gaat en als laatste er opnieuw in te verdwijnen. Vul hem neuwkeirig in, zowel het onderwerp van de les als de taken en de lessen die je krijgt opgegeven.
    2. Hoe gebruik je je schoolagenda bij het studeren?
      • Je leert eerst je opgegeven lessen voor de volgende dag
      • Dan maak je je taken (je mag gerust aankruisen welke opdrachten je al af hebt)
      • Overloop tenslotte de lesinhoud van de andere vakken die je de volgende dag krijgt. Begrijp je alles? Formuleer eventueel vragen schriftelijk! Komt er waarschijnlijk een toets?
    1. Werkpunten
      • Zorg dat elke les volledig ingevuld wordt; vraag desnoods aan je vakleerkrachten wat er precies hoort te staan
      • Taken en lessen (links in de agenda) volledig beschrijven vb "Ned: toets" of "Wisk: oef 3" is niet voldoende!
      • Netjes aanduiden wat je al gedaan hebt
      • Vraag indien nodig aan je vakleerkrachten om voldoende tijd vrij te maken om je aganda in te vullen.
      • Elke vakleerkracht kan je agenda nakijken, in het bijzonder voor zijn/haar vak

      Opmerking: Denk erom dat je zelf zo snel mogelijk je agenda bijschrijft na afwezigheden

  2. Tijdsplanning
  3. Leerlingen in het secundair onderwijs hebben vaak al een eigen systeem uitgewerkt. Het is belangrijk dat je dat systeem durft te bevragen zodat je weet waarom je dat systeem volgt en of het ook werkt! Een goede planning is nodig om te vermijden dat je in tijdsnood komt.

    1. Dagplanning (elke avond)
      • Hoeveel tijd spendeer je aan studeren?
      • Wat doe je het eerst, taken of lessen?
      • Begin je onmiddellijk na school of pas later op de avond?
      • pauzeer je tussendoor?
      • Saaie, moeilijke vakken? Begin er eerst mee, zo kan je uitkijken naar de "leukere" vakken
      • Hoe pas je je hobbies in? 9sport, muziekschool ...)
    2. Weekplanning
      • Weet je welke taken en lessen je tegen welke dag moet leren?
      • Welke vakken krijg je de volgende dag?
      • Zijn er lessen of taken die al voor een latere datum voorzien zijn?
    3. Examenplanning
      • Welke vakkem moet je zeker vooraf studeren?
      • Hoe plan je je tijd eens je het examenrooster hebt gekregen?

      Tips:

      • Leer rekening te houden met factoren die buiten je zelf liggen: etenstijd, televiesieprogramma 's, familiebezoek, buitenschoolse activiteiten, ...
      • Begin dagelijks op ongeveer hetzelfde tijdstip, liefst kort na schooltijd
      • Begin met de gemakkelijkste taken
      • Zorg dat je elke avond ongeveer evenveel tijd steekt in je schoolwerk (werk vooruit als je tijd over hebt)
      • Zorg voor een vaste plaats waar je kan studeren
  4. Tips bij het verwerken van de leerstof
    • Verken de leerstof: lees titels, bekijk de illustraties en vraag je af waarover de tekst gaat.
    • Vraag je af hoe je de leerstof dient te kennen (letterlijk, toepassen, ...)
    • Begrijp: zoek moeilijke woorden op, onderstreep belangrijke woorden, leg verbanden, vat regelmatig een stukje samen in je eigen woorden, zoek naar het antwoord op de W-vragen (wat? waarom? wanneer? ...)
    • Memoriseer met inzicht: maak gebruik van de doelstellingen, maak een schema van de tekst, bestudeer de inhoudstafel, leer de belangrijkste woorden, vertel de les eens aan jezelf.
    • Hermaak oefeningen en controleer direct
    • Herhaal, herhaal, herhaal ...
  5. Studieomgeving
    • Zorg voor voldoende licht in de plaats waar je studeert!
    • Een goed verluchte kamer kan wonderen doen, zonder zuurstof werken je hersenen immers niet zoals het moet. Zet dus tijdens de pauze even het raam open.
    • Zorg ervoor dat je in een fijne ruimte kan werken, zonder teveel afleiding!
  6. Een examen afleggen
    • Zorg ervoor dat je fysiek en mentaal klaar bent voor het afleggen voor je toets: focus op wat je weet/kent, liever dan op wat je niet weet/kent
    • Bekijk de hele toets vóór je begint te antwoorden.
    • Zorg dat je voldoende tijd hebt voor elke vraag. Plan je tijd en zorg ervoor dat je tijd over hebt om je antwoorden na te lezen.
    • Houd je tijd in het oog. Pas je planning aan als je in tijdnood komt.
    • Bewerk de vragen: duid kernwoorden aan, splits de vraag in stukken zodat je dubbele vragen ook volledig beantwoordt.
    • Als je een antwoord op een vraag niet kent, probeer dan toch nog een deel van de punten te verdienen.
    • Als je gaat panikeren, bedenk dan dat werken (schrijven) helpt tegen de zenuwen.Schrijf op je kladblad wat je wel weet, of ga naar een volgende vraag.
    • Antwoord volledig, maar bondig. Niet oeverloos uitweiden !
    • Let bij elk vak op je taal: spraakkunst, spelling, leestekens. Fouten hiertegen zullen ook je leerkrachten wiskunde of chemie ergeren.

    "Hoezo angst voor examens?"

    • Een goede voorbereiding helpt stress te voorkomen: planning; efficiënt en regelmatig studeren (denk eraan: taken en toetsen maken deel uit van de leerstof); rustig werken.
    • Laat je niet opjutten.
    • Zorg dat je uitgeslapen en ruim op tijd op school verschijnt.
    • Eet en drink voldoende en gezond.
  7. Evaluatie

    Waarom evalueren?

    Elk leerproces bestaat in principe uit drie stappen: voorbereiden, uitvoeren en evalueren.
    We hebben in oktober tips gegeven om je goed te kunnen voorbereiden (planning), in november hebben we extra aandacht besteed aan het uitvoeren van examens. Nu bekijken we de derde stap, namelijk het evalueren van examens.
    Vaardigheden krijg je onder de knie door oefening. Maar niet iedere oefening draagt bij tot een goede ontwikkeling van vaardigheden. Wie opdrachten meermaals verkeerd of ondermaats uitvoert, zal de vaardigheden niet functioneel ontwikkelen. Wie iets goed wil kunnen moet dus oefenen en dus leren uit zijn/haar fouten. Het evalueren van het leerproces en van het leerproduct wordt echter nog al eens over het hoofd gezien.

    Hoe evalueren?

    In de praktijk komt het telkens neer op het stellen van dezelfde vragen

    1. Voorbereiding
      • Was ik voldoende voorbereid op het proefwerk?
      • Wat ga ik de volgende keer zeker anders aanpakken bij mijn voorbereiding?
      • Wat was goed en doe ik zeker opnieuw?
    2. Uitvoering
      • Heb ik rekening gehouden met de tips van "Leren leren" voor het oplossen van examenvragen?
      • Waar moet ik de volgende keer zeker op letten?
    3. Conclusies
      • Is het afleggen van de examens verlopen zoals ik gedacht had? Ging het beter of slechter? Wat was de reden?
      • Ligt het resultaat in de lijn van de verwachtingen? Betere of slechtere cijfers? Reden(en)?
      • Waaraan ga ik werken?
  8. Doelstellingen

    Wat zijn doelstellingen?

    Iedereen maakt wel vaker goede voornemens, maar daar blijft het vaak bij. Voornemens zijn vaag, bevatten geen tijdsdruk en zetten niet onmiddellijk aan tot actie. Het is duidelijk dat – als we het over studeren hebben – er nood is aan doelstellingen: zij zijn duidelijk, concreet, houden rekening met een specifieke timing en zijn actiegericht.

    Hoe ziet een goede (bruikbare ) doelstelling eruit?

    Een doelstelling moet "smart" zijn

    ==> Specifiek: blijf niet te lang vaag, formuleer precies wat je wilt bereiken en hoe je dat wilt bereiken
    ==> Meetbaar: zorg dat je af en toe kunt afmeten of je goed bezig bent
    ==> Actie: start zo snel mogelijk met een positieve actie, in de richting van je doel
    ==> Realistisch: neem niet te veel hooi op je vork (ontgoocheling)m maar leg de lat ook niet te laag (gebrek aan uitdaging)
    ==> Tijd: zorg voor een concrete timing (een deadline waarop je start, een tussenstap waarop je meet hoe ver je staat en een deadline om ermee klaar te zijn)

    Zeg bijvoorbeeld niet: “Ik zou echt wat betere punten moeten halen voor wiskunde”. Maar wel: “Ik haal op het volgend tussentijds rapport minstens een 7 door actief mee te werken in de les en elke les de avond ervóór degelijk voor te bereiden. Ik vraag uitleg aan de leerkracht indien nodig en besteed voldoende tijd aan het leren voor aangekondigde toetsen”.

    Wat doe je met een doelstelling? Je hebt niets aan perfect geformuleerde doelstellingen als je ze niet benut. Ook van je leerkrachten (of in je handboek) krijg je vaak doelstellingen voor een toets: ‘wat je moet kennen’ en ‘wat je moet kunnen’. Maak daar gebruik van tijdens het studeren!!!

    Vraag je steeds af: wat wordt er van mij verwacht….. tijdens deze les of ……… tijdens de toets/het proefwerk. Als je dat niet helemaal duidelijk is, vraag het dan aan je leerkracht!!